In de klassieke balletles leer je de basis aan van dans. Dansposities, danstermen en danspassen. Daar is veel techniek voor nodig, maar dan kun je ook wat! In deze discipline is het bijvoorbeeld van belang om goed te leren uitdraaien, je benen en voeten volledig te strekken, sterke rugspieren te ontwikkelen zodat je die recht kunt houden. De ballettechniek wordt aangeleerd en tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met wat gezond is voor jouw persoonlijke lichaam. Elk lichaam is weer anders, dus je wordt niet in een mal gepropt. Met al die kracht, kennis en techniek in the pocket kunnen we prachtige sierlijke choreografieën dansen! Dansplezier staat voorop.
Een typische balletles bestaat uit oefeningen aan de barre om goed op te warmen en je klaar te stomen voor de rest van de les (denk je balans houden op één been, om later in het midden pirouettes te draaien), oefeningen in het midden en uit de hoek over de diagonaal.
We bouwen op van langzaam naar snel, zacht naar scherp. Het lichaam warmt op en vindt de stabiliteit aan de barre zodat deze in het midden vrijer én preciezer kan dansen met een goede basis.
Alle oefeningen komen in de lessen te pas, denk aan: plié, tendu, jeté, frappé, fondu, ronds de jambe, adagio, grands battements.
Een balletles is niet compleet zonder een gezonde volle stretch van het lichaam.
In het midden en uit de hoek worden de oefeningen dansanter, oftewel: ze lijken meer op een dans zoals wordt gezien in grote balletten.
De leerlingen leren onder andere de balletposities, draaien, verschillende sprongen en elke danspas heeft haar eigen echte (Franse) benaming.
Naarmate de dansers ouder worden, groeit het niveau van de lessen met ze mee.
Echter leren zelfs de jongste leerlingen de officiële benamingen van alle danspassen die ze doen in de les. Een plié wordt uitgelegd als “spekje” (als je je knieën buigt in de eerste positie, lijkt het op het snoepje) maar de nadruk wordt gelegd op het echte woord. Een “kattensprong” heet in “ballettaal” een pas de chat. Het heeft waarde om dit specifieke vocabulaire onder de knie te krijgen.
Ik ben zelf tweetalig opgevoed (Nederlands en Frans) en leg ik bij elke balletterm uit wat deze betekent. Als je wéét dat glissade van het Franse woord “glijden” komt, dan voer je die pas preciezer uit dan een danser die deze uitleg niet heeft gehoord.
Vanaf 12 jarige leeftijd komt de optie om spitzen/ pointes te doen.
Wanneer de ballettechniek gevorderd genoeg is en er voldoende kracht in de benen, enkels en voeten zit, stuur ik de danser door naar de spitzenkeuring.
Tijdens de spitzenkeuring worden de mogelijkheden van het danserslichaam goed bekeken. Is de danser sterk, lenig, hoe zit het met de uitdraai van de benen?
Er wordt gezocht naar aandachtspunten die het leren dansen op spitzen zouden kunnen hinderen. Als dansschoolhouder ontvang ik alle formulieren met individuele uitslagen. Op die manier kan docent, ouder en leerling met een gerust hart deze leuke stap maken in de danslessen.
Klik HIER om het rooster in te zien.